Mindfulness

Missing image: img/mindfullness_nl.jpg

Mindfulness is geen modern concept, al klinkt het vandaag vaak zo. Het komt uit de boeddhistische traditie en vond zijn weg naar de westerse psychologie, omdat het iets heel eenvoudigs in herinnering roept: aanwezig zijn. Echt aanwezig. In dit moment.

Mindfulness beschrijft het vermogen om aandacht te schenken aan het huidige ogenblik – open, wakker en zonder het meteen te beoordelen. Het gaat niet om veranderen of optimaliseren, maar om waarnemen wat er is: gedachten, gevoelens, lichamelijke sensaties, de omgeving. Niet straks. Niet eerder. Nu.

In dit bewustzijn schuilt een stille verschuiving. In plaats van te blijven hangen in het verleden of rond te draaien in wat nog komen moet, richt de aandacht zich op wat zich nu laat zien. Niet om het vast te houden, maar om het überhaupt te zien.

Een centraal aspect van mindfulness is het niet-oordelen. Ervaringen worden niet meteen in goed of fout, prettig of onprettig geplaatst. Ze mogen eerst gewoon bestaan. Dat betekent niet dat je alles goed vindt, maar wel dat je jezelf toestemming geeft om waar te nemen zonder innerlijk verzet of vastklampen.

Daarbij hoort acceptatie. Acceptatie is niet hetzelfde als je neerleggen bij alles of passief worden. Het betekent erkennen dat dit moment al bestaat. Alleen wanneer ik zie wat er is, kan ik bewust handelen. Acceptatie ontspant de strijd met het onveranderlijke en maakt ruimte om helderder om te gaan met wat wél vormbaar is.

Mindfulness nodigt ook uit tot minder gehechtheid. Gedachten, gevoelens en toestanden worden gezien als tijdelijk. Ze komen en gaan. Die herkenning creëert afstand – niet als kilte, maar als verlichting. Ik bén niet mijn gedachten. Ik bén niet elke emotie. Ik ervaar ze.

Met deze innerlijke houding verandert ook de blik op relaties. Mindfulness bevordert een stille vertrouwelijkheid in het menselijk contact: de zekerheid dat verbinding mogelijk is, dat steun bestaat, dat ik niet fundamenteel tegenover anderen hoef te staan. Dat vertrouwen komt niet voort uit naïviteit, maar uit innerlijke stabiliteit.

Een ander kernpunt is zelfobservatie. Door aandachtige beoefening wordt duidelijker hoe ik reageer, waar ik automatisch handel, waar oude patronen actief worden. Dat inzicht schept keuze. Niet elke impuls hoeft direct gevolgd te worden. Regulatie wordt mogelijk – niet door controle, maar door bewustzijn.

En uiteindelijk hoort mededogen onlosmakelijk bij mindfulness. Mededogen voor anderen, maar ook voor mijzelf. Het besef dat menselijke ervaringen gedeeld zijn, dat fouten, twijfel en kwetsbaarheid bij het leven horen. Mededogen betekent mezelf niet voortdurend beoordelen of afwaarderen, maar vriendelijk blijven – ook in het onafgemaakte.

Mindfulness kan op vele manieren geoefend worden: in meditatie, in bewust ademen, in yoga, maar ook midden in het dagelijks leven – tijdens het eten, lopen, spreken, luisteren. Het is minder een techniek dan een houding.

Regelmatig beoefend kan mindfulness het emotioneel welzijn versterken, stress verminderen en helpen om veerkrachtiger om te gaan met uitdagingen. Niet omdat het leven makkelijker wordt, maar omdat de omgang ermee helderder en meer verbonden wordt.

Mindfulness is geen doel.
Het is een manier om aanwezig te zijn.